Veel gestelde vragen

1) Wat hebben HIV en aids met elkaar te maken?
2) Wat is HIV?
3) Wat is aids?
4) Wanneer wordt HIV aids?
5) Hoe kun je besmet worden met HIV?
6) Wat is een aidstest?
7) Hoe werkt het HIV-virus?
8) Wat voor gevolgen heeft een HIV-besmetting voor het lichaam?
9) Wat is het verraderlijke van een HIV besmetting?
10) Hoe lang duurt het ziekteproces?
11) Kun je genezen van HIV/aids?

1) Wat hebben HIV en aids met elkaar te maken?

HIV en aids worden vaak in een adem genoemd. Ze hebben ook alles met elkaar te maken. HIV is de naam van een virus waarmee iemand besmet kan worden. Dit virus veroorzaakt na verloop van tijd aids. Zonder besmetting met het HIV-virus komt er geen aids.

2) Wat is HIV?

HIV is een afkorting van Human Immunodeficiency Virus. Het is een virus dat het afweersysteem van de mens binnendringt en vervolgens ondermijnt. Ons afweersysteem beschermt ons tegen bacteriën, virussen en ziektekiemen. Wie een slecht functionerend afweersysteem heeft, wordt sneller ziek en doet er langer over om weer beter te worden.

3) Wat is aids?

Aids is een afkorting van Acquired Immuno Deficiency Syndrom. Aids is eigenlijk een soort verzamelnaam voor allerlei ziektes die je krijgt wanneer je afweersysteem niet meer werkt. aids is niet erfelijk, maar je hebt het opgelopen (acquired) via een besmetting met HIV.

4) Wanneer wordt HIV aids?

Dat is niet gemakkelijk te zeggen. Artsen onderscheiden een aantal stadia in een HIV besmetting. Het laatste stadium wordt aids genoemd. In de praktijk is het zo dat wanneer iemand HIV besmet is en een combinatie van ziektebeelden vertoont (= een syndroom) hij aids heeft.
CD4cellen

Om het stadium van infectie te bepalen, tellen artsen het aantal CD4 cellen (of T-helpercellen) van een patiënt. Deze cellen zijn ook onderdeel van het afweersysteem. Een gezond iemand heeft doorgaans tussen de 500 en 1500 CD4-cellen per milliliter3 bloed. Als het aantal onder de 500 zakt, betekent dit dat het immuunsysteem aangetast is. Bij een score van onder de 200 neemt de kans op infectieziektes toe. Wie een score onder de 200 heeft, en bepaalde infecties krijgt als gevolg van zijn/haar verminderde weerstand, krijgt de diagnose aids.

5) Hoe kun je besmet worden met HIV?

Een HIV-besmetting kan je op vier manieren oplopen:
a) via bloed-bloed contact

Wanneer je eigen bloed in contact komt met bloed dat HIV besmet is, loop je het risico ook besmet te raken. Dit kan gebeuren bij een ongeluk of bloedtransfusie. in Nederland wordt al het donorbloed goed gecontroleerd.

b) via injectienaalden
Drugsgebruikers die bij het injecteren van drugs gebruik maken van een besmette naald lopen een groot risico met het HIV-virus besmet te worden.
c) via seksueel contact
Bij seksueel contact met iemand die besmet is met HIV kan het virus overgedragen worden, omdat het ook in vaginavocht en sperma zit. Het risico op besmetting is niet zo heel erg hoog, toch is seksueel contact wereldwijd wel de belangrijkste bron van besmetting.
d) van moeder op kind
Een zwangere moeder die besmet is, kan het virus overdragen op haar baby. Ook tijdens de bevalling kan de baby besmet worden. Daarna bestaat er ook nog gevaar, omdat het virus ook in de moedermelk kan zitten. De kans op moeder-kind besmetting is ongeveer 30%.
Geen kans op HIV besmetting
- niet door huidcontact (hand geven)
- niet door zoenen
- niet door een toilet of gebruiksvoorwerpen
- niet door adem, tranen, urine, zweet, speeksel, hoesten of niezen
- niet door eerste hulp te verlenen (bijv. mond-op-mond beademing)
- niet door dieren (bijvoorbeeld insecten)
- niet via etenswaren
- niet via zwemwater

6) Wat is een aidstest?

Wie wil weten of hij besmet is met het HIV-virus moet een aidstest laten doen. Deze test onderzoekt of er in het bloed antistoffen zitten tegen HIV. Deze antistoffen worden in het lichaam aangemaakt om het virus te bestrijden. Als deze antistoffen aanwezig zijn, betekent dit dat iemand HIV positief (seropositief) is. Pas drie maanden na de besmetting kan de aanwezigheid van antistoffen worden vastgesteld en de diagnose worden gesteld.
Juist in deze eerste drie maanden na de besmetting zijn de geïnfecteerde personen zelf erg besmettelijk.
Via een test die niet de antistoffen opspoort, maar het virus zelf, kan in deze periode al worden vastgesteld of iemand besmet is. Deze test is echter duur.
Tegenwoordig zijn er ook doe-het-zelf testen. Deze zijn echter minder betrouwbaar.
Sinds kort is het ook mogelijk de aidstest te doen zonder bloed. Dit gebeurt met behulp van een stukje katoen in de mond.

7) Hoe werkt het HIV-virus?

Een belangrijk onderdeel van ons afweersysteem zijn de T-helpercellen. Dit is een soort van witte bloedcellen dat binnengedrongen bacteriën, virussen en ziektekiemen vernietigt. Het HIV-virus draait de rollen om. Niet het HIV-virus wordt vernietigd, maar juist de T-helpercellen. Daar komt nog bij dat het virus de T-helpercellen ook nog eens gebruikt om zichzelf te vermenigvuldigen. Het virus dringt binnen in de T-helpercel en maakt er als het ware een fabriek van nieuwe virusdelen van. Op een gegeven moment ‘ontploft’ de T-helpercel en de nieuwe virussen komen in het bloed en vallen andere T-helpercellen aan.

8) Wat voor gevolgen heeft een HIV-besmetting voor het lichaam?

Kort na de besmetting kan iemand griepachtige verschijnselen krijgen. Omdat deze meestal snel verdwijnen, wordt hier vaak geen aandacht aan besteed. Iedereen is wel eens grieperig.
De eerste paar jaar merkt iemand die seropositief is niet zoveel van de besmetting. Het afweersysteem kan zijn werk nog doen. Maar na verloop van tijd treden er toch vervelende klachten op, zoals vermoeidheid, opgezette lymfeklieren en hardnekkige diarree.
Allerlei infecties gaan gebruik maken van de verzwakking in het afweersysteem. Dit worden opportunistische infecties genoemd. Gelegenheid maakt de dief, zou je kunnen zeggen. In het begin gaat het om infecties als spruw (een schimmel van o.a. mond, keel en huid) en gordelroos. Later kunnen er longontsteking, tuberculose, bepaalde vormen van kanker en hersenvliesontsteking bijkomen.

9) Wat is het verraderlijke van een HIV besmetting?

Het verraderlijke van een HIV-besmetting is dat iemand er nog jarenlang gezond uit kan zien, en zichzelf ook gezond kan voelen, maar ondertussen het virus wel kan overdragen op andere mensen, bijvoorbeeld tijdens seksueel contact. Hierdoor kan de besmetting zich onopgemerkt snel verspreiden. In Afrika wordt de ziekte dan ook een stille sluipmoordenaar genoemd.

10) Hoe lang duurt het ziekteproces?

De duur van het ziekteproces hangt af van een groot aantal factoren, zoals eetgewoonten, leefomstandigheden, toegang tot medische zorg, beschikking over aidsremmers, etc. Het is van belang dat het afweersysteem zo goed mogelijk in stand wordt gehouden, dat de werking van het HIV-virus wordt verzwakt en dat allerlei infecties goed worden behandeld. Natuurlijk gaat dit in westerse landen beter dan in ontwikkelingslanden.

11) Kun je genezen van HIV/aids?

Nee. Er zijn wel medicijnen die het verloop van de ziekte vertragen. Deze medicijnen worden Aidsremmers genoemd. De medicijnen (een cocktail van drie medicijnen) zorgen ervoor dat de T-helpercellen niet kapot gaan en het HIV-virus zich niet vermenigvuldigt. In Nederland kunnen seropositieve mensen dankzij de medicijnen langer blijven leven. De medicijnen hebben wel vervelende bijwerkingen. Ook kunnen patiënten resistent worden tegen de medicijnen. Dan kan het virus zijn vernietigende werk voortzetten.
Er is nog geen vaccin beschikbaar, waarmee mensen ingeënt worden en dan geen HIV-infectie kunnen oplopen.





www.prismaweb.org