Aids in Malawi: de schouders eronder

Aids in Malawi: de schouders eronder

zaterdag 01 december 2007 16:09

Als Joseph Banda ‘s morgens achter zijn naaimachine kruipt, heeft hij er al een halve dag op zitten. Joseph leert voor kleermaker, op een vakschool die dertig kilometer van zijn huis vandaan is. Er is voor hem maar één manier om op school te komen: lopend. Daarom loopt hij ’s morgens zes uur heen en’s middags weer zes uur terug. Zes dagen per week. Soms is hij te moe om achter de oude, door het Westen afgedankte Singer zijn ogen open te houden.

De 17-jarige Joseph is één van de circa driekwart miljoen aidswezen in Malawi. In 2003 verloor hij eerst zijn vader en toen zijn moeder aan aids. Nu woont hij samen met zijn drie zusjes bij zijn 69-jarige oma. Die had al drie kleinkinderen om voor te zorgen, maar deze vier konden er nog wel bij.

Ik ontmoet Joseph als ik samen met elf andere vrouwen begin november Malawi bezoek. De reis is georganiseerd door Prisma, een koepelorganisatie voor armoedebestrijding vanuit christelijk perspectief, en bedoeld om een beeld te krijgen van de enorme aidsproblematiek in Malawi. In dit straatarme Afrikaanse land, ingeklemd tussen Tanzania, Zambia en Mozambique, lijdt eenvijfde van de 12 miljoen inwoners aan HIV/aids. Zoals overal treft de epidemie in Malawi vooral mensen in de bloei van hun leven. Na hun dood laten velen van hen een aantal kinderen achter. Er is in Malawi geen dorp, hoe klein ook, zonder aidswezen. Ze worden opgevangen door tantes, oma’s, buurvrouwen of gaan als zogenaamde childheaded families in groepjes bij elkaar wonen,. Nog een optie is dat ze op straat belanden. Dat gebeurt vooral bij weeskinderen van Joseph’s leeftijd. Omdat ouders, leraren en andere opvoeders zijn weggevallen, is er niemand meer die hen stimuleert om wat van het leven te maken.

Diverse organisaties hebben zich het lot van deze oudere aidswezen aangetrokken. Ze zijn vakscholen gestart waar jongeren als Joseph een beroep kunnen leren. Zo kunnen zij na hun opleiding in hun eigen levensonderhoud voorzien. Om hen op weg te helpen, krijgen ze een klein startkapitaal en hun naaimachine of ander benodigd materiaal mee.

De vakschool waar Joseph voor kleermaker leert, is een project van World Vision. De school staat in de buurt van Mzuzu, een stad in Noord-Malawi. Behalve voor kleermaker kun je er leren voor tinsmid of VCT-medewerker. VCT staat voor Voluntary Counselling and Testing (vrijwillige consultatie en test) en is een opkomend fenomeen in Malawi. VCT-centra schieten als paddestoelen uit de grond, als resultaat van een overheidscampagne om je toch vooral op HIV te laten testen. Immers, als je weet dat je besmet bent, kun je maatregelen nemen om verdere verspreiding tegen te gaan.

De vakscholen zijn een succes. De leerlingen zijn over het algemeen zeer gemotiveerd. Neem alleen al Joseph. Twaalf uur per dag lopen voor zes uur naailes, en dat zes dagen per week, een jaar lang. Hij moet het me drie keer vertellen en dan moet ik het wel geloven. “Waarom heb je er zoveel voor over?”, vraag ik. “Omdat ik het anders wil doen dan veel van mijn vrienden”, zegt hij. “Zij lopen de hele dag op straat, doen niks of halen rottigheid uit. De meesten zijn inmiddels zelf ook HIV-positief. Het leven interesseert hen niet. Dat is niet goed. Als je je zo opstelt, komt het niet goed met Malawi.” Joseph is vast van plan mee te werken aan het herstel van zijn land, ook door te voorkomen dat hij HIV-besmet raakt.

Josephs motivatie tekent een nieuwe houding onder veel Malawianen: met elkaar de schouders eronder! Ook bij HIV/aidspatiënten zie je deze omslag, die ze Positief Leven noemen. Lijdelijk afwachten tot je doodgaat, komt steeds minder voor in Malawi. Deels heeft dit te maken met de verbeterde toegang tot aidsremmers die van een doodzieke aidspatiënt een krachtig en levenslustig iemand maken. Maar het komt ook door de enorme structuur aan zelfhulpgroepen die in de afgelopen jaren rond de aidsproblematiek in Malawi is opgezet. Bijna elk dorp heeft inmiddels zo’n supportgroep. Een paar keer per maand ontmoeten slachtoffers van de aidsepidemie elkaar om samen uit te vinden hoe je met Positief Leven jezelf, elkaar en je land verderhelpt.

Malawi is er nog lang niet. Aids is en blijft voorlopig de belangrijkste doodsoorzaak in het land: elk uur sterven er tien mensen aan. Er is heel veel geld, hulp én een gedragsverandering in seksuele gewoonten en culturele gebruiken nodig om het land er bovenop te helpen. Maar aan mensen zoals Joseph Banda ligt het niet.

Mathilde Schouwstra uit Baarn is freelance journalist. Ze nam deel aan de Prismareis namens de zendingsorganisatie GZB, die werkt vanuit de Protestantse Kerk in Nederland.

«Terug

Reacties op "Aids in Malawi: de schouders eronder"

Geen berichten gevonden.

Archief > 2012 > mei

Geen berichten gevonden