Aids-patiënten, moet ik daarvoor bidden?

Aids-patiënten, moet ik daarvoor bidden?

vrijdag 30 november 2007 16:05

Op 1 december is het Wereldaidsdag. Op deze dag staan we stil bij de wereldwijde gevolgen van aids. Die zijn schrikbarend: elke tien seconden overlijdt er iemand aan aids. Ook christenen worden opgeroepen tot medeleven en gebed. Maar leeft de ziekte wel onder christenen? Of denken we stiekem: aids is eigen schuld dikke bult?

Aids houdt ons niet echt bezig. Onderzoek van Prisma, een samenwerkingsverband van reformatorische en evangelische zendings- en hulpverleningsorganisaties, toont dat ook aan. In een enquête gaf 47 procent van de respondenten aan nooit voor aids-patiënten te bidden. De helft had nooit geld gegeven voor de bestrijding van aids. Ook in kerkelijke gemeenten blijkt de aandacht voor de ziekte beperkt. Driekwart gaf aan dat er in de eigen kerkelijke gemeente nooit wordt gecollecteerd voor aids en 44 procent van de respondenten antwoordde dat er nooit voor de slachtoffers wordt gebeden.

Waarom aids niet leeft onder christenen - en eigenlijk nergens in de westerse wereld - is niet zomaar aan te geven. Is het omdat het vooral voorkomt in derdewereldlanden? Kunnen we ons niets voorstellen bij de omvang van de ramp? Of heeft het te maken met de koppeling tussen aids en seksualiteit en het idee dat slachtoffers de ziekte over zichzelf hebben uitgeroepen? Waarschijnlijk speelt het allemaal een rol. Als je meer leest over aids, ontdek je wel dat je oordeel gebaseerd is op beperkte informatie. Aids is een complex verhaal. De snelle verspreiding van de ziekte heeft meerdere oorzaken, en sommige daarvan begrijp je pas (een beetje) als je je verdiept in de Afrikaanse cultuur. Neem de link tussen aids en seksualiteit. Hoe zit het in Afrika met de man-vrouwverhouding, en wat is daar de visie op seksualiteit?

Ds. Aalt Visser heeft zich onlangs in dit onderwerp verdiept. Samen met zijn vrouw is hij in juli van dit jaar door de GZB uitgezonden naar Zimbabwe. Om zich voor te bereiden op zijn taak als zendingswerker, schreef hij een scriptie over HIV/aids. “Vrouwen in Afrika zijn over het algemeen door allerlei oorzaken veel kwetsbaarder dan mannen. Dit draagt in belangrijke mate bij aan de verspreiding van aids in Afrika”, schrijft Visser. Over de kwetsbaarheid van de Afrikaanse vrouw ontdekte hij onder andere:

·         Weduwen worden geërfd door een broer van de overledene. Hoewel dit een belangrijke vorm van sociale zekerheid betekent, vergroot het ook de kans op een besmetting met HIV.

·         Een andere culturele gewoonte is polygamie. Hoewel dit in zijn klassieke vorm niet meer zo vaak voorkomt, is een man in de praktijk vaak nog wel polygaam. Het komt veel voor dat een man zijn vrouw verlaat, en zonder officieel te scheiden trouwt met een ander.

·         In de Afrikaanse cultuur heeft de man recht op een seksuele partner als zijn eigen vrouw zwanger is, borstvoeding geeft of ongesteld is.

·         De vrouw, en zeker de vrouw op het platteland, is zo goed als onmondig als het om seksualiteit gaat. Ze heeft weinig te kiezen, ook als ze weet dat haar man besmet is. Door haar economisch en sociaal kwetsbare positie is het weigeren van haar man geen optie. Dit zou automatisch leiden tot emotionele verwijdering of zelfs echtscheiding. Omdat een vrouw in Afrika geheel afhankelijk is van haar man, heeft zij in het geval van een scheiding geen bestaan meer.

Ds. Visser schrijft: “Alles zal in het werk gesteld moeten worden om de kwetsbaarheid van vrouwen te verminderen. Dit moet boven aan de agenda staan van alle aids-preventieprogramma’s. Echter, het succes hiervan is voor een groot deel afhankelijk van de mentaliteit van de Afrikaanse man. Mijns inziens is er alleen een kentering in de aids-epidemie te verwachten als mannen en jongens een radicale mentaliteitsverandering ondergaan. Daarmee bedoel ik een radicale ommekeer in het denken over seksualiteit, en dat niet alleen voor en buiten, maar ook binnen het huwelijk. Maar, zo vragen we ons tegelijk af: is het reëel om zoiets te verwachten? In elk geval speelt de cultuur hier een belangrijke rol.

Met mooie woorden als seksuele onthouding komen we - zeker in de Afrikaanse context - naar mijn overtuiging geen stap verder in de aids-preventie. Het slaat eenvoudig niet aan. Dit heeft alles te maken met het cultureel bepaalde levensgevoel en met het verwachtingspatroon dat op de Afrikaanse man van toepassing is: in Afrika is een man pas een echte man als hij zich dagelijks seksueel bewijst. Veel mannen in Afrika zijn ervan overtuigd dat ze snel overlijden als ze hiervoor de mogelijkheid niet hebben.”

Dit soort kijkjes in de keuken van de Afrikaanse cultuur verklaart veel, maar niet alles. De aids-epidemie heeft veel oorzaken, en allemaal hangen ze ook weer met elkaar samen. Meer weten over de relatie tussen seksualiteit en aids betekent niet het gedrag van de Afrikaanse man goedpraten. Het betekent wel onwetendheid verminderen. En het maakt het ingewikkelder om aan te geven wie slachtoffer en dader is. Is iemand, opgevoed in een cultuur met een bepaalde visie op mannelijkheid en gevangen in verkeerde opvattingen, slachtoffer of dader? Hoe meer je weet, hoe moeilijker het is om eerlijk te oordelen. Niet voor niets houdt de Bijbel ons telkens voor om niet te snel te oordelen. Wat dan? Bidden voor aids-patiënten? Ja!

Wilt u bidden voor

  • Vrouwen in Afrika, die vaak in een zeer kwetsbare positie verkeren.
  • Mannen in Afrika, die gevangen zitten in bepaalde culturele opvattingen over seksualiteit met alle gevolgen vandien.
  • Medewerkers van (christelijke) aids-preventieprogramma’s, die mensen wijzen op de bijbelse boodschap van liefde en trouw binnen het huwelijk.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van: HIV/aids, Een ramp van wereldformaat, door Marcel Catsburg en Jan Ouwehand, 2005, uitgeverij Groen, Heerenveen.

«Terug

Reacties op "Aids-patiënten, moet ik daarvoor bidden?"

Geen berichten gevonden.

Archief > 2012 > mei

Geen berichten gevonden