MALAWI SAFARI

MALAWI SAFARI

woensdag 28 mei 2008 13:26 Er zijn zo van die dilemma´s in het leven. Je haar grijs laten of toch maar een kleurtje. Vis of vegetarisch in het restaurant. Fietsen of wandelen in je vakantie. Wel of niet naar Afrika om daar hiv/aidsprojecten te bezoeken. (Conny Wesdijk Gepubliceerd in Zijwind (oecumenisch vrouwenblad) juni 20 )

Aids-toerisme? Dankjewel!

Onverwacht was er een uitnodiging om met een tiental vrouwen een Prisma-reis te ondernemen naar Malawi. Het doel was om aidsprojecten van en in de kerken te bezoeken en erna over te schrijven. Prisma? Nooit van gehoord. Website bezocht: het blijkt een koepel voor christelijke hulporganisaties in Nederland.

Tegen familie en vrienden zeg ik dat mijn eerste reactie was: NEE, bah, ik ga niet in een kring blanke, rijke, welgedane toeristen naar stervende aids-patiënten kijken, je kunt beter geld gireren. Dat leek me een nobele gedachte, maar ik vergat er bij te zeggen dat mijn állereerste reactie was: YES! Naar Afrika! Maakt niet uit waarvoor! De zon, de mensen, het eten, de geuren, ja, geef mij maar Afrika! Ik heb er, in een ander land, vele jaren gewoond, ik heb er mijn kinderen opgevoed en met mijn man in alfabetiserings-en bijbelvertaalprojecten gewerkt, ik heb er vriendinnen, en een belangrijk deel van mijn hart ligt nog steeds in dat weerbarstige, warme, woelige continent.

 Een hachelijke onderneming

Als ik de opdracht bestudeer word ik somberder: met tien vrouwen uit allerlei organisaties op stap, kijkje hier, gesprekje daar, en dan erover schrijven om in onze respectieve achterbannen meer begrip (en geld) te genereren voor aids-projecten. Dat komt er op neer, denk ik wantrouwig, dat er m.i. buitensporig hoog ingezet zal worden op zaken als: onthouding, geen seks vóór en wel trouw ín het huwelijk, weinig aandacht voor of regelrechte afwijzing van condooms. Meer op leefwijze als preventie dan op geneesmiddelen en condooms. Allemaal goed en wel, maar de meeste vrouwen daar hébben niet zoveel te zeggen over het gedrag van mannen. De hiv/aids problematiek is in mijn opinie een armoedeprobleem, en dus ben ik geneigd meer te verwachten van armoedebestrijding in het algemeen, van bewustwording van meiden en vrouwen en het stimuleren van het gebruik van condooms en medicijnen ter voorkoming van besmetting en/of vertraging van de ziekte.

De balans slaat door naar het negatieve: dit moet ik maar niet doen. Maar het blijft knagen: als taalkundige zou ik dolgraag ook onderzoeken hoe en waar de eigen taal van de mensen, en lectuur in die taal, bijdraagt. Mijn oudste dochter tenslotte, koud terug van een enerverend werkjaar in Azië, geeft het laatste zetje: er zijn veel goede projecten met gemotiveerde mensen die her en der geweldig werk doen, mam. Waarom zou je daar geen belangstelling voor hebben, hun werk bekijken en beschrijven? Zo had ik het nog niet bekeken. Ik stem toe.

Malawi in Delft

Waar ligt dat eigenlijk, Malawi? Uit mijn hoofd kan ik het niet precies situeren, alleen met een atlas erbij lukt het: een grappig, langwerpig landje in zuid-oost Afrika, 3 x zo groot als Nederland. Opeens komt er wat boven borrelen. Ik geef les aan buitenlandse studenten en medewerkers van de TU Delft. Die moeten in hooguit 6 maanden in een moordend tempo voldoende Nederlands leren om te beginnen met een studie of baan in Nederland. Een week ervoor kregen ze een tekst over Malawi voorgeschoteld en daar hadden ze over zitten discussiëren: Lana uit Oekraïne, Babak uit Iran, Fabio uit Colombia, Masashi uit Japan, en anderen. Openhartig en soms haperend in hun nieuw verworven Nederlands debatteren ze over dit land, dat ze geen van allen uit eigen waarneming kennen. De een oppert dat de slechte economische situatie misschien aan de zorgeloosheid van Afrikanen te danken is? Het is er immers zo warm? De Filippijnse gaat daar fel tegenin: het is niet eerlijk, hoe moeten ze daar concurreren tegen bedrijven en ambtenaren in Europa, die zelf geen bananen- of tabaksbedrijf hebben maar wél de prijzen daarvan bepalen! De Zweedse, die bij de Europese Unie werkt, probeert het historisch te verklaren: dictaturen, honger, de aids-epidemie natuurlijk.

Het ontroert me nu met terugwerkende kracht. Ik weet nagenoeg niks van dit land dat toch met immense problemen kampt. En hier buigt zich dit gemêleerde gezelschap, vluchtelingen en/of ministerzoontjes, uit alle windstreken van de aarde, vol belangstelling en, ja, ook mededogen, over het reilen en zeilen van een Afrikaans landje. Ze bespreken  allerlei manieren waarop zo’n land er weer bovenop zou kunnen komen: slecht de tariefmuren, leidt artsen op, geeft het een eerlijke-handelskans. Voor valkuilen en risico’s sluiten ze trouwens de ogen niet: de corruptie, de braindrain, de verwoestende gevolgen van aids in combinatie met honger.

Ik volg hun goede voorbeeld, duik in de materie en lees me een slag in het rond over aids en Afrika. Schokkende cijfers: wereldwijd 40 miljoen aidsgeïnfecteerden, waarvan 28 in Afrika. In Malawi is bijna één op de zes personen besmet, bij vrouwen één op vier, bij leraren en verpleegkundigen zelfs één op drie. Vrouwen en meisjes torsen het leeuwendeel van de verzorging van aidspatiënten, terwijl ze tegelijkertijd veelal economisch afhankelijk zijn en minder toegang tot onderwijs hebben. Het aantal aidswezen stijgt explosief. Misbruik van jonge meisjes neemt toe. De landbouw zakt ineen. Onderwijs neemt af. Landbezit gaat over in handen van toch al rijke mensen.

Organisaties te over die iets proberen te doen. Maar of het nu gaat om voorlichting over veilig vrijen, gebedsgenezing, promoten van testen, demonstraties op middelbare scholen van condoomgebruik m.b.v een banaan, of catechismusachtige boekjes die in vraag en antwoord het hoe en wat en het voorkomen van hiv/aids bespreken - alle instanties vinden dat hun aanpak toch het best werkt en dat het aandeel van andersdenkenden verwaarloosbaar is. Verwarrend!

Achter al die cijfers zit een verhaal

Eenmaal in Malawi, gewapend met een tiental zinnetjes in de lokale talen, een koffer met zomerkleren en een hoofd vol vragen, reis ik van het ene project naar het andere, en begin beetje bij beetje facetten te zien van de complexe werkelijkheid. Een burgemeester die zich afvraagt wat hij met de meer dan honderd aidswezen in zijn gemeente moet doen. De man die niet meer naar zijn familie gaat in het dorp omdat hij geen 40 monden kan voeden. De kerken, in het begin van de aidsepidemie huiverig om de dingen bij hun naam te noemen, hebben snel bijgeleerd. Ze bestrijden de ziekte op alle fronten: thuiszorg en huisbezoeken, zorg voor wezen en weduwen, opleidingen voor alleenstaande jongeren, microkredieten, praktische hulp en voorlichting, cursussen voor kerkleiders, praten over risicovol gedrag. Het is een taai gevecht tegen vooroordelen, ook in de eigen gelederen.

We praten met artsen, horen hoe vrouwen in liederen en dramastukjes aidsvoorlichting geven, zien hoe aidswezen een opleiding krijgen, dansen met kerkleiders en mogen mee met ´gewone´ kerkleden op bezoek bij een oma die in haar eentje voor 14 kleinkinderen zorgt. Deze Malawiaanse ´thuiszorg´ is van levensbelang  in een samenleving waarin traditionele familieverbanden wegvallen. Met mijn reisgenoten -die stuk voor stuk betrokken, nuchtere en geïnteresseerde vrouwen blijken- kijk ik mijn ogen uit.

Het meeste leer ik van de gesprekken met Rose, een onderwijzeres waar ik een hele dag mee mocht optrekken, op school, thuis, op haar erf en op haar huisbezoeken. We koken pompoensoep, kijken foto´s, lachen en eten. En praten. ´Mag ik dat allemaal opschrijven, Rose, voor de mensen in Nederland?´ Rose knikt. Op haar achttiende uitgehuwelijkt aan een man die al direct na hun trouwen vreemdging. Zeven kinderen van wie er 2 als peuter stierven. Man inmiddels overleden aan aids. Jongste dochter verleid door een leraar en op haar 15de moeder. Het inmiddels 1 jarig kleinzoontje hangt aan haar rokken. Roses huis is ruim maar onaf en stoffig. Ze is seropositief, slikt al tijden aidsremmers en weet dat ze de ziekte aids als een tijdbom met zich meedraagt. Maar Rose vindt dat ze geluk gehad heeft: ze heeft werk, een huis, en een vrouwengroep. En nu een nieuwsgierige buitenlander op bezoek.

De cijfers liegen niet over de aidsproblematiek, maar achter al die cijfers zitten verhalen. Gruwelijke, mooie, tragische en hoopvolle verhalen. En verhalen, zegt Rose, die moet je vertellen. En ernaar luisteren. En wat wil je nou eerst,  maïspap of soep?

«Terug

Reacties op "MALAWI SAFARI"

Geen berichten gevonden.

Archief > 2012 > mei

Geen berichten gevonden